Door Olav Sommers

Riichi is booming. Voor Nederlandse toehoorders klinkt dat misschien ongeloofwaardig, maar internationaal zal iedere mahjongspeler dit beamen. De gemiddelde leeftijd van deelnemers aan toernooien ligt bij de Japanse variant aanzienlijk lager dan bij MCR, en ook de cijfers spreken boekdelen: op de EMA-ranking tellen we momenteel 522 MCR-spelers tegenover maar liefst 694 riichi-spelers.

Waarom lukt het dan in Nederland niet om stabiele riichiclubs van de grond te krijgen? In België en Duitsland bloeien grote en actieve clubs, vooral in studentensteden. Natuurlijk, ook Eindhoven heeft een serieuze poging ondernomen. Na een voortvarend begin met groei en toernooibezoek zakte het daar helaas weer wat in. Maar ze hebben het in ieder geval geprobeerd. Wat het resultaat zou kunnen zijn, werd zichtbaar tijdens de 6e editie van Yuki No Taikai – vrij vertaald het winter- of sneeuwtoernooi – georganiseerd door Mahjongclub Schoon Spel uit Oss. Een grote delegatie Belgische en Duitse spelers domineerde de top-10.

De dag begon nochtans uitstekend voor Nederland. Annet Kitslaar nam met een indrukwekkende score van 49.500 brutaal de leiding. Ook “good old” Cees van den Brink liet zich niet onbetuigd met een knappe vijfde plaats.

Een opnieuw sterke score van Kitslaar in de tweede ronde gaf de Nederlandse aanhang hoop. Maar de vriendelijke winnaar van vorig jaar, Nathan Germeau, bleek andere plannen te hebben. Met een duizelingwekkende 71.100 punten nam hij de leiding over. Jeroen Chen (6e) en Bert Claessen (10e) begonnen zich eveneens nadrukkelijk omhoog te werken.
Na de derde ronde was er wéér een nieuwe leider. De prima Nederlands sprekende Duitser Manuel Schlich schoot uit zijn slof met 54.200 punten. Dankzij zijn eerdere resultaten wipte hij over Germeau heen en moest Kitslaar genoegen nemen met de derde plaats. Ook Joke de Jong (9e) en Menno Deij (10e) vonden inmiddels hun weg naar boven.
In de vierde en laatste ronde kwam Germeau niet verder dan een tweede plaats aan tafel, wat hem uiteindelijk ook de tweede plek in het eindklassement opleverde. Schlich won zijn laatste tafel en pakte daarmee de toernooizege. Een terechte uitslag… althans, het was niet helemaal onomstreden.

De spreekstalmeester kon het namelijk niet laten om op te merken dat Manuel Schlich deel uitmaakte van de commissie die de riichi-regels recent kritisch tegen het licht had gehouden. Niet alleen werden regels verduidelijkt, er kwamen ook nieuwe regels bij – en die waren van toepassing op dit Yuki No Taikai. De onvermijdelijke conclusie: Schlich wint het toernooi omdat hij zelf de regels heeft gemaakt. Schande! (uiteraard met een knipoog)

De nieuwe regels moeten ook wel de oorzaak zijn geweest dat Annet Kitslaar uiteindelijk van de derde naar de elfde plaats terugviel. Haar bronzen positie werd overgenomen door Vincent Bormans – een sympathieke jongeman, met als enige “nadeel” dat hij een Vlaming is en geen Nederlander.
De eerste Nederlandse speler vinden we terug op plaats vier. En dat is niet meteen een naam die iedereen verwachtte: Olav Smeets van De Gouden Draak. Hij speelt pas sinds kort riichi, maar liet zien over flink wat talent te beschikken. Bert Claessen zorgde eveneens voor een sterke prestatie met een indrukwekkende eindsprint van plek 22 naar 8.
Ook de nummer tien was een verrassing. Alhoewel: wie de fijne kneepjes van het spel kan leren van Désirée Heemskerk, mag blijkbaar dromen van de top-10. Nico Nanne sloot deze uiteindelijk af.

Bijna onderaan de ranglijst bleek tot slot dat een toernooi organiseren én de boel “terroriseren” met scherpe teksten niet altijd samengaat met goede resultaten. Een wijze les – zij het één die waarschijnlijk nooit helemaal geleerd zal worden.

v.l.n.r. Nathan Germeau, Manuel Kameda-Schlich, Vincent Bormans